De Queeste, de spirituele zoektocht van een leerlingpriester-genezer in de prehistorie

Trois Tables Géants, Taennchel, Vogezen, Frankrijk

Pierre van Eijl

Figuur 1: De linker grote tafel

Bij de Drie Tafels

Er zijn plaatsen waar het landschap meer lijkt te zijn dan stenen, bomen en aarde. Plaatsen waar iets uit een ver verleden voelbaar nabij komt, alsof de tijd er dunner is geworden. De Trois Tables Géants — de Drie Reuzentafels — op het Taennchelmassief zijn voor mij zo’n plek.

Mijn wandelvriendin Erna en ik zijn eerder die dag bij de ‘Gescheurde Rots’ geweest. Daar kregen we beelden van een groepshealing die zich in de prehistorie zou hebben afgespeeld. De enorme rotsblokken voelden er energetisch krachtig aan, bijna geladen. Bij de Drie Reuzentafels is de sfeer anders. Stiller. Ingetogener. Alsof deze plek haar geheim niet onmiddellijk prijsgeeft. Tegen de rotsen is een metalen trap aangebracht (zie figuur 2), waardoor we een eind omhoog kunnen klimmen.

Figuur 2: Met de stalen trap omhoog

Voor ons rijzen drie kolossale rotsformaties op, met opvallend vlakke bovenzijden. Vandaar hun naam: de drie ‘tafels’. Helemaal naar boven klimmen waag ik niet; daarvoor is het risico mij te groot. Op de linker tafel (figuur 1) zie ik een grote, losse steen liggen. Op het eerste gezicht is het slechts een steen. Maar wanneer ik later weer beneden sta, begint zich een andere werkelijkheid te ontvouwen.

 

Aura-reading bij de eerste stenen tafel

Ik vraag me af of deze plek nog een bijzondere spirituele betekenis heeft. Ik word stil, keer mijn aandacht naar binnen en stem mij meditatief af. Van mijn spirituele helpers krijg ik toestemming hier een aura-reading te doen. Langzaam verdwijnt het huidige landschap naar de achtergrond.

Er komt een beeld. Ik zie een man. Hij leeft ongeveer vijfduizend jaar geleden en is vanuit een nederzetting in het dal naar deze hoogte gekomen. Hij is leerling van een priester-genezer en heeft jarenlang onder diens leiding gestaan. Zijn opleiding is vrijwel voltooid.

Hij kent de planten en kruiden van zijn omgeving. Hij weet welke mengsels bereid moeten worden en hoe kruidencompressen kunnen worden toegepast bij ziekte en verwondingen. Hij heeft geleerd te observeren en te luisteren. Hij heeft gezien hoe zijn leermeester zieken behandelt, hoe hij spreekt met families en hoe hij overlegt met anderen wanneer moeilijke beslissingen moeten worden genomen.

Maar kennis alleen maakt nog geen priester. Er ontbreekt iets wat geen mens hem kan geven. De zegen van de goden. Zonder die zegen mag hij zich geen priester/genezer noemen. Daarom heeft hij zijn gemeenschap verlaten en is hij naar het Taennchelmassief getrokken. Naar deze rots. Naar deze tafel. Naar de plaats waar zijn lot zal worden beslist. Hier zal blijken of zijn levensdroom werkelijkheid mag worden — of dat de goden hem zullen afwijzen.

 

De klim naar de eerste tafel

De leerling staat aan de voet van de linker rotsformatie en kijkt omhoog. Hij kent deze rots. Hij heeft haar eerder gezien en weet hoe gevaarlijk de beklimming kan zijn. Toch aarzelt hij niet lang. Hij gaat links om de formatie heen (zie figuur 3) en begint langs de rotsblokken de steile helling op te klimmen.

Figuur 3: Linksom langs de rotsen omhoog

Stap voor stap gaat hij omhoog. Zijn handen zoeken spleten in het gesteente. Zijn voeten tasten naar kleine richels. Bijna boven moet hij naar rechts zien te komen. Daar wordt de klim gevaarlijk. Even verliest hij zijn houvast en dreigt hij te vallen. Onder hem ligt de diepte. Hij herpakt zich. Dan bereikt hij de bovenrand. Voor hem ligt het grote, platte rotsblok waarover zijn leermeester hem heeft verteld. Hij kent de opdracht. Met de goden in gedachten moet hij proberen de steen naar rechts te draaien. Hij plaatst zijn handen tegen de steen en duwt.

Eenmaal.

Nogmaals.

Hij vindt een ritme en zet telkens opnieuw al zijn kracht in. Aanvankelijk lijkt de steen onbeweeglijk. Maar terwijl hij blijft duwen, gebeurt er iets onverwachts. Hij voelt een lichte stroom van bovenaf zijn lichaam binnen komen. Heel subtiel eerst. Alsof ergens boven hem een deur op een kier wordt gezet. Word ik geholpen door de goden? vraagt hij zich af.

 

De zegening van de goden

Hij houdt op met duwen om  op adem te komen. Hoog op het Taennchelmassief voelt de lucht ijl en koel aan. Om hem heen liggen rotsen, boven hem de hemel en verderop eindeloze verte. Dan staat hij opnieuw op. Hij legt zijn handen tegen de steen. Hij duwt. Weer. En weer. Plotseling voelt hij iets veranderen. De steen geeft mee. Nauwelijks merkbaar, maar onmiskenbaar. En op hetzelfde ogenblik lijkt ook in hem iets open te gaan. Uit het contact tussen de bewegende steen en de rotsbodem komt een kracht vrij die in zijn lichaam begint te stromen. Hij duwt verder. De energie neemt toe. Iedere beweging van de steen lijkt een nieuwe stroom door hem heen te sturen. Zijn vermoeidheid verdwijnt. Zijn lichaam vult zich met kracht.

Meer.

Nog meer.

Tot hij het gevoel krijgt dat hij de energie nauwelijks nog kan bevatten. En dan gebeurt het. De rots, de berg en zelfs zijn lichaam lijken weg te vallen. Hij wordt opgenomen in een stralend licht. Vanuit dat licht klinkt een stem:

‘Wat kom je doen?’

De leerling antwoordt:

‘Ik kom voor uw zegen, o God.’

Dan wordt hij doorstroomd met lichtende energieën. Beelden schieten in hoog tempo door hem heen. Hij ziet mensen die naar hem toe komen omdat ze ziek zijn of andere problemen hebben. Hij ziet ouders met een pasgeboren kind in hun armen en begrijpt dat zij hem zullen vragen het kind te zegenen. Hij ziet vrouwen in barensnood. Gewonden die verzorgd moeten worden. Mensen die raad zoeken wanneer zij zelf niet meer weten welke weg zij moeten gaan in het leven.

En te midden van al die beelden begrijpt hij iets wat belangrijker is dan alles wat zijn leermeester hem heeft geleerd. Hij kan dit werk niet alleen doen. Zijn kennis van kruiden is niet genoeg. Zijn ervaring is niet genoeg. Zelfs zijn goede bedoelingen zijn niet genoeg. Om werkelijk priester-genezer te kunnen zijn, moet hij verbonden blijven met dat wat groter is dan hijzelf. Zijn spirituele hart moet openstaan. De kracht moet van boven door hem heen kunnen stromen. Dan volgen andere inzichten.

Hij begrijpt dat de gave die hem wordt toevertrouwd ook verplichtingen met zich meebrengt. Hij mag nooit sjoemelen met de behandeling van mensen. Hij mag geen beloften doen waarvan hij weet dat hij ze niet kan waarmaken. Hij mag zijn positie niet gebruiken om zichzelf te verrijken ten koste van mensen die afhankelijk van hem zijn. Zijn leven moet getuigen van integriteit. Niet alleen wanneer anderen hem zien. Juist wanneer niemand hem ziet. Opnieuw verschijnen beelden.

Hij ziet dat hij eens zijn vrouw zal ontmoeten, hoewel haar gezicht voor hem verborgen blijft. Hij ziet kinderen. Hij ziet zichzelf ouder worden en een belangrijke plaats innemen binnen zijn gemeenschap — niet zozeer als bestuurder, maar als iemand naar wie mensen toe komen om zich uit te spreken, te overleggen en raad te vragen. Zijn toekomstige leven trekt als een stroom van mogelijkheden aan hem voorbij. En door alles heen blijft dat licht.

 

Terug van de inwijdingsplek

Langzaam keert het bewustzijn van zijn lichaam terug. Hij voelt opnieuw de rots onder zich, de wind langs zijn huid, zijn ademhaling. Maar hij is niet meer dezelfde man die naar boven is geklommen. In hem brandt een stil, helder licht. De zegen van de goden.

Lange tijd blijft hij zitten. Hij heeft tijd nodig om te bevatten wat er allemaal is gebeurd. Een diep besef groeit in hem: vanaf nu hoeft hij zijn weg niet meer alleen te gaan. De goden zijn met hem verbonden. En zolang hij trouw blijft aan wat hem is getoond, zullen zij hem bijstaan. Dan begint de afdaling. Aan de andere zijde van de rots gaat hij voorzichtig naar beneden. Het is steil en gevaarlijk, maar tot zijn verbazing lijkt iedere volgende beweging zich vanzelf aan hem voor te doen. Zijn hand vindt precies de juiste richel. Zijn voet precies het goede steunpunt. Alsof hij wordt geleid. Lager gekomen kan hij via verspreid liggende rotsblokken verder afdalen. Dan staat hij eindelijk weer op de grond. Hij kijkt omhoog naar de plaats waar hij zojuist geweest is. Een golf van vreugde gaat door hem heen.

Het is volbracht.

Hij weet het nu.

Ik ga mijn leven tegemoet als priester-genezer. De goden hebben mij aanvaard.

 

De terugkeer naar de gemeenschap

Aan de voet van de rotsformatie (zie figuur 4) gaat hij eerst zitten.

Figuur 4: Onderaan bij de rotsformatie

De ervaring is te groot om onmiddellijk verder te lopen. Hij laat de stilte van de berg nog eenmaal door zich heen gaan. Daarna staat hij op en volgt een nauwelijks zichtbaar pad naar het dal. Wanneer hij uiteindelijk de nederzetting bereikt, blijkt men op hem te hebben gewacht. Iedereen weet waarom hij naar de berg is gegaan. Iedereen weet dat hij de queeste heeft ondernomen waarvan de uitkomst niet door mensen bepaald kan worden. Zijn leermeester neemt hem onmiddellijk mee naar zijn huis. Daar moet hij vertellen. Alles.

Hoe hij naar boven klom. Hoe hij de steen bewoog. Hoe de kracht in hem begon te stromen. Hoe het licht kwam. Wat hem werd gevraagd. Wat hem werd getoond. De oude priester-genezer luistert aandachtig. Wanneer het verhaal ten einde is, weet hij genoeg.

De leerling die vertrok, is niet teruggekeerd. Voor hem zit een priester-genezer.

Toch geeft hij hem nog één ernstige waarschuwing. De bijzonderheden van de queeste moeten geheim blijven. Niet iedereen mag weten wat zich boven op de rots bevindt of wat daar moet worden gedaan. Nieuwsgierigen zouden naar boven kunnen klimmen en de heilige inwijdingsplaats kunnen verstoren of ontheiligen.

Die avond wordt tussen de huizen een groot vuur ontstoken. Rond de vlammen verzamelt zich de gemeenschap. Er wordt gegeten, gesproken en gevierd. Want er is iemand bijgekomen die zieken zal verzorgen, mensen zal begeleiden en de verbinding met het goddelijke zal dienen. Een nieuwe priester-genezer. Door mensen opgeleid. Door de goden waardig bevonden.

 

Terugblik

Tijdens de aura-reading wordt voor mij duidelijk dat vooral de linker van de drie ‘tafels’ met deze queeste verbonden is. Dat betekent niet noodzakelijk dat de andere twee tafels geen eigen functie hebben gehad. Mogelijk maakten zij deel uit van een groter geheel. Tijdens deze reading kwam daar echter geen informatie over naar voren.

Opvallend is de ligging van de inwijdingsplaats: hoog op een bergmassief. Binnen het beeld dat tijdens de reading ontstaat, is die hoogte niet toevallig. Juist daar zou de energetische werking het sterkst zijn geweest. Een vergelijkbare rotsformatie in het dal zou volgens deze waarneming onvoldoende metafysische energie hebben gehad om dezelfde inwijding mogelijk te maken.

Daarmee rijst ook een andere vraag: is de linker stenen tafel volledig een natuurlijke rotsformatie? Vooral de grote steen bovenop intrigeert. Binnen de reading verschijnt deze als een bewust geplaatste draaistenen constructie. Ook de andere grote stenen wekken de indruk doelgericht op elkaar te zijn geplaatst. Of dat werkelijk zo is, zou nader archeologisch en geologisch onderzoek moeten uitwijzen.

Het idee dat prehistorische gemeenschappen in staat waren enorme stenen doelgericht te verplaatsen, komt ook terug bij andere megalithische constructies, waaronder de zogenoemde wiegende stenen. In mijn verhaal ‘Opleiding tot hunebedbouwer’ beschrijf ik eveneens beelden die daarop betrekking hebben.

Voor mij, als aura-reader-onderzoeker, blijft het bijzonder dat ik via een aura-reading zulke scènes heb mogen waarnemen. Steeds opnieuw word ik getroffen door het vernuft dat in deze beelden van de bouwers uit het Neolithicum naar voren komt. Ongeveer vijfduizend jaar geleden hebben zij constructies gemaakt die niet alleen grote fysieke prestatie waren, maar die ook een metafysisch-energetische functie hadden.

Misschien was een monument daarom nooit alleen een monument voor hen. Misschien was het een poort— en misschien is die poort nooit werkelijk gesloten.

Figuur 5: Einde van de aura-reading

 

Meer informatie over de betekenis van megalithische monumenten

Meer onderzoeksverslagen over prehistorische rotstekeningen en over het mogelijke oorspronkelijke functioneren van hunebedden, menhirs, steencirkels, wiegende stenen, draaistenen en cupules — onderzocht door middel van aura-reading — zijn te vinden in de rubriek Mijnhunebed op de website van het Hunebedcentrum in Borger en op de website van het KoendalinieNetwerk. Daar wordt ook nader uitgelegd wat onder een aura-reading wordt verstaan.

In mijn boek Magische stenen, korte verhalen uit de hunebedtijd, uitgegeven door Obelisk, zijn meer verslagen opgenomen van aura-readingen bij hunebedden. Daarin komt een ander beeld van hun oorspronkelijke functie naar voren: niet in de eerste plaats graftombes, maar spirituele krachtplaatsen, die volgens deze readings doelbewust en met grote kennis werden gebouwd en gebruikt.

Ook wordt daar ingegaan op de vraag hoe dergelijke veronderstelde spirituele functies in de toekomst mogelijk nader wetenschappelijk onderzocht zouden kunnen worden.

Wie zelf wil onderzoeken in hoeverre zijn of haar beeld van hunebedden overeenkomt met wat uit deze aura-readingen naar voren komt, kan de Hunebedquiz doen. Daarop volgt direct feedback.

Maar misschien begint de werkelijke queeste niet met het vinden van het juiste antwoord. Misschien begint zij met de bereidheid om opnieuw naar de rotsformaties uit de prehistorie te kijken — en je af te vragen wat zij, na duizenden jaren stilte, nog te vertellen hebben.

Vergelijkbare berichten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *