Een hemelvaart in de prehistorie
Les Rochers du Carnaval, Uchon, Frankrijk
Pierre van Eijl

Figuur 1: De Carnavalsrotsen
Carnavalsrotsen
In het zuiden van de Morvan, waar het oude bergland van Midden-Frankrijk zich verheft boven bossen en dalen, ligt bij het dorpje Uchon een wonderlijke plek. Hoog op een bergtop rust een verzameling reusachtige stenen: de Rochers du Carnaval, de Carnavalsrotsen.
De naam intrigeerde mij. Waarom carnaval, hier, op deze stille hoogte waar steen, wind en hemel elkaar ontmoeten? Een zoektocht leerde mij dat de plek haar naam waarschijnlijk te danken heeft aan een van de rotsen, waarvan het profiel aan een carnavalsmasker doet denken.
Vanaf de ‘Parking du Carnaval’ voert een rotsachtig pad omhoog. Het slingert tussen bomen en stenen door, alsof het de bezoeker langzaam voorbereidt op iets wat zich niet onmiddellijk prijsgeeft.

Figuur 2: Rotsig wandelpad naar de Carnavalsrotsen
Een informatiebord vertelt dat we hier staan voor een chaotische, voor Frankrijk unieke opeenstapeling van rotsblokken, mogelijk verbonden met geologische processen die honderden miljoenen jaren geleden plaatsvonden.
Maar terwijl wij verder lopen, ontstaat het vermoeden dat dit misschien niet het hele verhaal van deze plek is. Er zijn plaatsen waarvan de geschiedenis in steen geschreven staat. En er zijn plaatsen waarvan het verhaal alleen in stilte lijkt te kunnen worden gehoord.
Rotsen vol energie
Nieuwsgierig volgen mijn wandelvriendin en ik het pad. Al van enige afstand zien we de rotsformatie oprijzen tussen de bomen. Maar nog voordat we haar werkelijk bereiken, gebeurt er iets anders. Op ongeveer tien meter afstand voelen we beiden een krachtige uitstraling.
Een aanwezigheid.
Een veld van energie dat niet zichtbaar is en zich toch onmiskenbaar aan ons opdringt. Naarmate we dichter bij de stenen komen, wordt de gewaarwording sterker.

Figuur 3: Het voelen van de energetische uitstraling
Bij vijf van de grote rotsblokken is die energie het meest intens. Sommige staan op een andere steen, ogenschijnlijk in een wonderlijk evenwicht. Ze doen onmiddellijk denken aan de wiegende stenen die elders in Frankrijk voorkomen, onder andere in de Vogezen en het Massief Centraal.
Bij eerdere aura-readingen van dergelijke stenen zag ik dat zij ooit werden gebruikt als middel om te genezen. Daar kwamen verhalen naar voren waarin steen, mens en aardekracht met elkaar verbonden waren.
Ook hier ervaar ik rondom de Carnavalsrotsen een netwerk van energiestromen. Terwijl ik langzaam om de formatie heen loop, tel ik er ongeveer dertig energiestromen. Ze zijn gericht op de rotsen, alsof de stenen het middelpunt vormen van een onzichtbaar landschap.
Ik volg enkele van die stromen terug. Op ongeveer vijftien meter afstand kom ik uit bij plekken waar de aardenergie lijkt te wervelen. Mogelijk speelt ondergronds stromend water daarbij een rol. In mijn waarneming lijkt deze natuurlijke energie ooit te zijn versterkt, wellicht met behulp van kristallijn gesteente, en vervolgens heel gericht naar bepaalde plaatsen tussen de rotsen te zijn geleid.
Telkens wanneer ik op dergelijke plekken kom, vraag ik me af: hoe zouden mensen in het neolithicum zulke krachten hebben ervaren? Hoe zouden zij het landschap hebben gelezen? Misschien was voor hen de wereld zelf bezield. De huidige rotsformatie lijkt overigens op verschillende plaatsen verstoord. Alsof delen van een oud patroon in de loop van vele eeuwen uit elkaar zijn geraakt.

Figuur 4: Plek met verstoring van de rotsformatie
Waarvoor werd deze plek gebruikt?
Ik besluit mij af te stemmen op de plek en een aura-reading te doen. Mijn vraag is eenvoudig: Waarvoor werd deze plaats oorspronkelijk gebruikt?
Ik word stil.
Dan komen beelden.
Geen beelden van het huidige Frankrijk, maar van een wereld die ver terug lijkt te liggen. Ik zie mensen bij de stenen. Een groep heeft zich verzameld voor iets plechtigs. Langzaam dringt tot mij door wat ik waarneem: Een hemelvaart.
Ik ben verbaasd. Niet eerder kreeg ik tijdens een reading iets dergelijks door. Ik richt mijn aandacht sterker op wat zich voor mijn innerlijk oog ontvouwt.
Tussen twee grote, rechtopstaande stenen, die op een liggend rotsblok rusten, ligt een man.

Figuur 5: Plek tussen de wiegende stenen
Hij is oud. Zijn lichaam is moe en hij wordt gekweld door pijnen. Zijn leven nadert zijn einde en in hem leeft één indringende vraag: waarom komen de goden hem nog niet halen? De mensen om hem heen kennen hem goed. Hij heeft zich gedurende zijn leven ingezet voor hun gemeenschap. Hij wordt gerespecteerd en geliefd. Nu willen zij hem niet alleen laten in zijn laatste uren. Zij zijn hierheen gekomen om hem te helpen. Niet om hem vast te houden aan het leven, maar om hem waardig los te laten. Om hem over de drempel te begeleiden.
De energie van de wiegende stenen
Een priester leidt de bijeenkomst. Hij heeft gewacht. Niet op een afgesproken uur, maar op het ogenblik waarvan hij innerlijk wist: nu. Pas toen heeft hij de mensen bijeen geroepen en zijn zij met de oude man naar de stenen gekomen. De man ligt tussen de twee wiegende rotsen. De priester geeft een teken. Enkele mannen brengen een van de stenen langzaam in beweging.
De zware rots wiegt.
Steen over steen.
Bij het scharnierpunt komen metafysische energetische flitsen vrij. De priester richt zijn aandacht daarop en leidt de energie naar de oude man. De kracht stroomt zijn lichaam binnen.
Steeds sterker.
Bijna sterker dan hij verdragen kan.
Dan volgt een tweede teken. Aan de andere zijde wordt een andere steen in beweging gebracht. Ook daar ontstaan energieflitsen, maar hun werking is anders. Waar de eerste kracht de man lijkt op te laden, begint de tweede iets los te maken.
De verbinding tussen lichaam en geest wordt zachter.
Ruimer.
De oude man voelt voor het eerst sinds lange tijd verlichting. De pijn, die hem zo lang gekweld heeft, begint naar de achtergrond te verdwijnen. De priester bewaakt het proces zorgvuldig. Hij laat het loskomen niet te snel gaan. Vanuit zijn handen stuurt hij helende energie naar de man. En dan beginnen de mensen te zingen.
Eerst klinkt het lied als een gebed.
Daarna verandert het.
De stemmen worden voller en dringender. Het lied wordt tegelijkertijd een aansporing en een smeekbede:
Ga.
Je mag gaan.
En tot de goden:
Ontvang hem.
Neem hem op in liefde.
De oude man hoort de stemmen van zijn gemeenschap. De mensen met wie hij zijn leven heeft gedeeld, staan om hem heen. Hun gezang draagt hem. En ergens diep in zichzelf weet hij: mijn tijd is gekomen.

Figuur 6: Wonderlijk insect bij de Carnavalsrotsen
Het zilveren koord
Dan geeft de priester opnieuw een teken. Nu worden de stenen aan weerszijden van de man tegelijkertijd gewiegd. Hun beweging vindt een gezamenlijk ritme.
Steen wiegt op steen.
De energie zwelt aan.
Een krachtige, stuwende beweging richt zich op het energielichaam van de oude man. Langzaam komt zijn geest los van zijn fysieke lichaam. De mensen zingen:
Ontvang hem.
Ontvang hem.
Hun stemmen stijgen op tussen de rotsen en verdwijnen in de hemel. De man gaat hoger. En hoger. Toch blijft er nog een verbinding bestaan met zijn lichaam: een zilveren koord, fijn als een draad van licht. Zolang dit koord bestaat, is zijn aardse leven nog niet geheel beëindigd.
Dan verandert de sfeer.
De man komt in een zacht licht terecht.
De pijn is verdwenen.
Er is geen angst.
Alleen een overweldigend gevoel van liefde.
Hij ervaart hoe hij wordt opgenomen in een lichte, vredige werkelijkheid. Alsof hij thuiskomt in iets wat hij altijd heeft gekend, maar tijdens zijn aardse leven was vergeten.
Het zilveren koord wordt dunner.
Langzaam lost het op.
En dan is hij vrij.
In een flits ziet hij zijn leven terug. Niet alleen wat hij heeft gedaan, maar ook wat zijn aanwezigheid voor anderen heeft betekend. Ontmoetingen. Gebaren. Verdriet. Liefde. Alles lijkt even aanwezig en wordt vervolgens opgenomen in het licht.
Daar verschijnen anderen.
Bekende gezichten.
Mensen die vóór hem zijn gestorven.
Hij herkent hen. En met die herkenning komt het weten. De overgang is voltooid. Zijn aardse lichaam ligt nog tussen de stenen, maar hijzelf behoort er niet langer toe. Zijn hemelvaart is volbracht.
Danklied voor de goden
De priester voelt dat het moment gekomen is. Hij richt zich tot de gemeenschap en roept dat de goden de man hebben opgenomen. Dan verandert opnieuw het gezang. Wat een smeekbede was, wordt een danklied. De mensen zingen voor hun goden.
Er is vreugde omdat hun geliefde medemens veilig is overgegaan. Maar er is ook verdriet, want degene met wie zij aten, werkten, spraken en leefden, zal niet meer naar hun huizen terugkeren.
Vreugde en rouw bestaan naast elkaar.
Zoals leven en dood naast elkaar bestaan.
De stenen komen tot stilstand.
Het lichaam van de oude man wordt op een draagbaar gelegd. Terwijl de groep langzaam vertrekt, klinkt een afscheidslied over de berg. Later zal zijn lichaam worden verbrand. Ook daarin ligt een gebaar van teruggave: wat van de aarde kwam, wordt aan de aarde, het vuur en de goden teruggegeven. De rook zal opstijgen naar dezelfde hemel waarin zijn geest, zo geloven de aanwezigen, hem is voorgegaan.
Terugblik
Wanneer de beelden van de reading vervagen, blijft de stilte van de Carnavalsrotsen achter. De hemelvaart die ik heb waargenomen lijkt hier geen alledaags ritueel te zijn geweest. Slechts bij bijzondere gelegenheden zou deze vorm van begeleiding zijn toegepast. Veel vaker, zo komt uit mijn waarneming naar voren, werden de wiegende stenen gebruikt voor genezing. Ook dan lag een mens tussen de stenen. Afhankelijk van zijn of haar klachten werden een of meerdere rotsen in beweging gebracht. De werking van de stenen werd gecombineerd met energetische behandeling, kruiden en massage.
Zo verschijnt in de reading het beeld van een plek die voor deze mensen veel meer was dan een toevallige verzameling rotsen. Het was een plaats van overgang. Van genezing en van afscheid. Een plaats waar de krachten van aarde, steen, mens en het goddelijke elkaar konden ontmoeten.
Vlakbij bevinden zich nog andere merkwaardige rotsen. Ze dragen namen als ‘de hond’, ‘de duivelsklauw’ en ‘de mammoet’. In de verte zien we een van die wonderlijke formaties liggen.

Figuur 7: Wonderlijke steenformatie verderop
Wij hebben die dag geen tijd meer om erheen te gaan. Misschien is dat niet erg. Sommige plaatsen geven hun geheimen immers niet in één keer prijs. Wanneer we de Carnavalsrotsen achter ons laten, blijven de stenen zwijgend op de berg achter, zoals zij daar al ontelbare generaties liggen. De wind strijkt langs hun verweerde oppervlakken. Onder onze voeten voelen we de aarde. En ergens tussen steen en hemel blijft de vraag hangen hoeveel verhalen een landschap kan bewaren — lang nadat de mensen die ze beleefden zijn verdwenen.
Meer informatie over de betekenis van megalithische monumenten
Meer onderzoeksverslagen over prehistorische rotstekeningen en over het oorspronkelijke functioneren van hunebedden, menhirs, steencirkels, wiegende stenen en cupules, zoals die door middel van aura-reading naar voren zijn gekomen, zijn te vinden in de rubriek ‘Mijnhunebed’ op de website van het Hunebedcentrum in Borger en op de website van het KoendalinieNetwerk. Daar is ook meer informatie te vinden over aura-reading en healing.
In mijn boek Magische stenen, korte verhalen uit de hunebedtijd, verschenen bij uitgeverij Obelisk, zijn meer verslagen opgenomen van aura-readingen bij hunebedden. Daaruit ontstaat een ander beeld van deze megalithische monumenten dan gebruikelijk is: niet in de eerste plaats als graftombes, maar als spirituele krachtplaatsen die doelbewust en met grote kennis en vaardigheid zijn gebouwd en gebruikt. Ook wordt in het boek ingegaan op de vraag hoe de mogelijke spirituele functie van hunebedden nader wetenschappelijk onderzocht zou kunnen worden.
Wie zelf wil onderzoeken in hoeverre zijn of haar beeld van de oorspronkelijke functie van hunebedden overeenkomt met wat uit deze aura-readingen naar voren is gekomen, kan deelnemen aan de Hunebedquiz.
Maar misschien begint het werkelijke onderzoek nog vóór iedere quiz, iedere theorie en iedere verklaring.
Het begint wanneer we bij zo’n oude steen stil durven worden.
Wanneer we even niet vragen wat wij over haar weten,
maar luisteren naar wat zij ons misschien nog te vertellen heeft.
